Volg ons:
RSS
Follow by Email
Twitter

Belofte maakt schuld en toch kom ik ze niet na

Ik sloot mijn vorige blog af met een verwijzing naar een lijstje van zaken die mij hebben geholpen om een beetje positiever naar mezelf te kijken.

Ik heb dat lijstje echt waar staan. Maar misschien zal het krachtiger overkomen en duidelijker zijn als ik het ontstaan daarvan wat meer kader.

Wat ik neerschrijf is nu héél erg uit mijn comfortzone. Misschien zullen zelfs mensen die mij menen, door en door te kennen een beetje opschrikken? Dat kan wel.

Het spijt me, het lukte niet er over te praten. Ik heb het nooit gedurfd, uit schaamte.

Mijn Facebookpost, dat ik een nieuwe blog heb en ik enorm twijfel of ik hem zal delen.  Maar waarom eigenlijk? Waarom en voor wie zou ik moeten blijven zwijgen. Dat soort zwijgen wat je jezelf aanleert, voor de rust. Om zo weinig mogelijk op te vallen. Gewoon zwijgen, niks zeggen, niet reageren.

Ik hoop met heel mijn hart dat mijn verhaal als inspiratie kan dienen of er iemand hoop uit put. Met name obese mensen, gepeste mensen. Want daar gaat deze blog over.

Dik zijn.

Dik zijn en hoe anderen door pestgedrag jouw zelfbeeld vormen. Het gevoel dat daarmee gepaard gaat.

Alvorens ik verder ga en je meent te denken dat ik overdrijf of je vindt dat ik nu toch zo dik niet ben om er een blog over te schrijven: Ik vertel mijn verhaal vanuit 30 kg geleden.

Mooi, moedig meisje, klein Sarah’ke

Dochter van een bakker. Alle kindjes uit de klas vonden de gedachte GE-WEL-DIG.

Elke dag tussen de koffiekoeken en de taartjes. Het idee, dat ik het voorrecht had elke dag koffiekoeken, taart en ijsje onbegrensd naar binnen kon werken, leek voor sommigen het aards paradijs. Ik vond dat toen overroepen en afgezaagd. Hoe haalden ze dat nu in hun hoofd?

Natuurlijk eet een kind van een bakker niet elke dag koffiekoeken en taart.

Maar allé, toegegeven, als kind van… eet je die dingen wel meer in vergelijking met anderen.  Het is gaan en nemen. Het stond letterlijk in de etalage.

Ik had als kind de pech, van aard al wat molliger te zijn. Dus het gaan en nemen, betekende dat ik op mijn 6 jaar voor het eerst op een weegschaal stond bij een voedingsdeskundige.

Ik woog te veel, voor mijn leeftijd. Dat is niet wat ik mij herinner als kader waarom ik 2-wekelijks bij dat saaie mens op die weegschaal moest gaan staan.

Als “voorbereiding” op mijn eerste communie, kwestie van geschikte kledij te vinden enzo. Nu ja, dat is 30 jaar geleden en ik relativeer. Ik ben mijn moeder zeer dankbaar voor het initiatief dat ze daarin nam. Ze was bezorgd en had enkel en alleen het beste met mij voor. Ze heeft mij, vanuit haar moeder zijn, willen beschermen.  En ik vermoed dat ik als moeder nu meer en andere aangepaste hulp zou aangeboden krijgen. Het aanbod qua hulpverlening is vandaag héél divers. Toen niet.  Het was roeien met de riemen de je hebt. Ik voelde als kind toen wel al aan dat het eigenlijk niet ok is om voor zo’n vertoon extra te moeten afvallen. Het ene had niks met andere te maken. Als 6- jarige voel je dat maar je spreekt dat niet uit. Je kan dat niet.

Er is daarmee iets heel vreemd ontstaan. Iets wat 20 jaar lang sterker en sterker ingeprent zal worden. Als kind van 6 ga je daar héél abstract mee om. Het was iets met kilogram, te veel, verminderen, probleem, niet goed, dik en slecht. Met die woorden is er een beeld gevormd, van hoe ik naar mezelf keek. En dat negatieve beeld zal negatiever en negatiever worden, met de jaren, mede door de hardheid van anderen. De clou van dit verhaal? Ik ben tussen mijn 6een mijn 23egeen kilo afgevallen, integendeel. De curve ging systematisch hoger en hoger. En dat ondanks het feit dat ik stiekem mijn ene voet wat optilde en mijn buik introk tijdens die consulten. Ik kon maar proberen hé 😉

Juf Lea, dwaze trien

Juf Lea , 2eleerjaar. Onderwerp van de maand: maten en gewichten.

We maken een gewichtenladder van alle kindjes van de klas. Jeuuuuj hoe gezellig was dat? Hangen die op één of ander GROOT A- formaat, aan de klasdeur. Het ganse schooljaar lang.

De lichtste komt onderaan, de zwaarste bovenaan. De goeie komen in het groen, de twijfelgevallen in het oranje en de dikskes in het rood. (Weer JEUUUJ). Na de speeltijd gaan we van start.

1 keer raden wie met grote voorsprong helemaal bovenaan de ladder stond, in het rood!

Ik voelde een lichte paniek. Die speeltijd duurde 15 minuten. Ik had dus 15 minuten om, én al mijn moed samen te rapen én te pogen om haar op andere gedachten te brengen. Ik ben als kind van 8 in die speeltijd met juf Lea gaan onderhandelen. Ik zag die opdracht écht niet zitten. Onze deal (haar deal) tussen juf Lea en mezelf: mij als enige van de klas afzonderlijk wegen en haar bereidheid om mij 3kg lichter te maken dan de realiteit. Juf Lea wou 3 kg liegen. Merci Juf Lea, gij dwaze trien. Wat was trouwens het nut om van boven naar beneden te werken?

Maar allé, je bent 8 en kan al tegen een stoot zeker?

Ik kan héél véél zo’n anekdotes neerpennen over situaties, ik ga er niet gans mijn blog mee vullen. Misschien bundel ik ze ooit wel eens in een boek?

Dus, de curve ging omhoog en omhoog. Maar als jong kind had ik daar zelf geen probleem mee. Er was eigenlijk geen probleem. Ik voelde mij best goed en voelde mij gelukkig, zelfs al stond ik bovenaan de ladder van juf Lea. Wanneer het dan exact is ontstaan weet ik eigenlijk niet zo precies meer. Wat ik mij wel herinner is dat er plots een constante was aan dagelijkse, gemene opmerkingen, wrede en harde woorden, pure pesterij op school, 17 jaar lang, dag in dag uit. Elke turnles, elke zwemles, elke namiddag in de jeugdbeweging, elke dag op school. Te pas en ten onpas vond wel altijd iemand het nodig, iets te kunnen zeggen. En toch hé, elke keer opnieuw vond ik weer de moed, om mij telkens opnieuw te engageren en mijn spontane beste beentje voor te zetten. Het was de ideale vlucht. Dat maakte ook dat ik dat jarenlang volhield.

“ Nog een pralineke? Ge zijt al dik genoeg”.

Een zondag, onze winkel stond overvol met wachtende klanten, de tea-room stampvol.

Ik bediende de mensen van een koffie. En zoals dat hoort, kregen ze daar een koekje bij. Als de koekjesvoorraad erdoor zat, was dat al eens een praline. Die pralines stonden in de etalage, in die winkel, overvol met klanten.

Ben ik dan druk in de weer, met een aantal koffies te maken, neem ik in alle drukte een praline of 4,5 uit die koeltoog. Vindt een dame het nodig, om in volle winkel, luidkeels te brullen: “ Ma kindeke toch, nog een pralineke ? en Ge zijt al zo dik “ .

De stilte op dat moment, lijkt pijnlijker dan haar opmerking zelf. Haar uitspraak zal ervoor zorgen, dat ik op jongvolwassen leeftijd ervoor zal kiezen, zo min mogelijk in het openbaar te eten. Ze heeft mij opgezadeld met een gigantisch schaamtegevoel over eten waar anderen dat kunnen zien. Ik heb dat schaamtegevoel een stukje overwonnen sinds de komst van mijn huidige partner. Alleen eten in het openbaar, ik doe het liever niet. En als het gebeurt, neem ik iets extra gezond, beter voorkomen dan genezen.

Ik heb in mijn jeugdjaren (wel nog lagere school) bijna nooit meer een frituur bezocht en al zeker niet alleen. En de sporadische keren dat ik het wel deed, diende ik wel één of andere gemene opmerking over “beter slaatjes “ te slikken. De rest van die zinnen vervaagden meestal omdat de krop in mijn keel de bovenhand nam. Dus frituren nee. Frituur staat als vet, als vet tegen dik, om het in een analogie te zeggen. Ik weet waarom ik dat liever meed. Ik doe het nog steeds niet graag trouwens. Frituurbezoeken.

Ik kon ook moeilijk verstaan waarom anderen zo hard waren. Wat was nu eigenlijk het probleem? Want ok, ik woog meer dan mijn leeftijdsgenoten maar ik was toch een gewoon meisje, met sterktes, een bepaald karakter, ik was toch gewoon maar ik?  Ik herinner mij een drang om zeer luid te roepen, aan te geven dat mijn grenzen werden overschreden en dat het zeer deed, maar ik zweeg. Zoals altijd. Keer op keer.

Het gedrag van anderen hebben mij stukje voor stukje, beetje bij beetje doen geloven dat ik niks voorstelde, niks waard was. Want dikke mensen zijn lui, dom, week en klein en verzetten zich niet. Anderen zijn erin geslaagd mij jarenlang op te sluiten in mijn eigen gevangenis. Onschuldig.

Vette mammoet, dikke tientonner

Ik heb het vandaag nog steeds moeilijk met het woord DIK. Mijn oudste kinderen weten dat intussen. Mijn jongste kan het in al haar kinderlijke eerlijkheid laten vallen als ze iemand ziet, wat zij als dik percipieert. Ik voel mij nog steeds een klein beetje ineenkrimpen. Ik heb echt niet graag dat men dat woord uitspreekt als het over mensen gaat. Het is een woord dat mij doet huiveren en waar ik boos over word. Het woord staat in mijn geheugen niet alleen, er komt meestal wel nog iets dierlijks achter als koe, mammoet of olifant. Of voor wie het meer technisch wil, ik heb ook nog tientonners in de aanbieding. Er zijn periodes op school, waar ik dagenlang enkel van de leerkracht, mijn eigen voornaam hoorde.

En weet je wat ik het moeilijkst te aanvaarden vond?  De situaties waarin velen het wel hoorden en niemand reageerde. Nooit. Is het dan niet normaal dat je dan op een bepaald moment écht gelooft dat wat de ander zegt, waar is? Ook al voel je je voor de zoveelste keer zo hard gekwetst.

De sporadische pogingen die ik ondernam om iemand in vertrouwen aan te geven dat ik het pijnlijk vond, kreeg ik het bemoedigende schouderklopje met: “ trek het u niet aan “.

Of : Ik had nu eenmaal wat langere tenen in vergelijking met anderen. Het korte lontje.  Ik was nu eenmaal wel een overgevoelig meisje. Jaja OVER- gevoelig. Excuseer! Nog iets? Alsof ik iets aan mijn gevoeligheid moest gaan doen?

Aan die dikke madam, rechtsaf.

Zo herinner ik mij en ik vermoed dat het de laatste keer was dat ik een” dikke “opmerking kreeg een avondje uit in het Gentse. Ik wachtte een vriend op aan een café. Naast mij stond een jonge kerel, bellend. Uit dat gesprek kon ik afleiden dat iemand wou weten waar hij zich exact bevond. Een ganse routebeschrijving volgt en om het eindpunt aan te geven hoor ik hem zeggen: ”en naast die dikke sta ik. “Nu was ik ook al referentiepunt van dienst.

’t Is spijtig want ze heeft wel een schoon gezicht

Ik koos er rond mijn 15e voor make- up te dragen. Niet uit puberaal gedoe, niet een beetje proberen, geen meeloperij. Neen, heel bewust in de overtuiging dat het laagje op mijn gelaat, de perfect opgemaakte ogen, de correct aangebrachte eyeliner, de pesterij en dwaze opmerkingen zouden doen stoppen. Want wie maakt nu iemand die zo mooi gemaquilleerd is, uit? Ik oefende en oefende en oefende en werd daar natuurlijk wel heel goed in. Alle hoop dat ze mijn dik zijn niet zo expliciet meer zouden vernoemen verdween toen”: spijtig dat ge zo zwaar zijt, want ge hebt nochtans een schoon gezicht de standaard werd. Je wil niet weten hoeveel keren ik dat heb gehoord. En nee een compliment was dat niet. Zeker niet wanneer de zin werd geformuleerd met woorden in die volgorde.

Positief nieuws, ik zal me met de make- up skills die ik mezelf had aangeleerd, gaan verdiepen en een studierichting kiezen dat me later in staat zal stellen om make- up te mogen onderwijzen. Ik behaal mijn diploma leerkracht haartooi en schoonheidszorgen. Ik verdiep mij jaren later in de materie en koos er een tijd geleden voor een eigen make – up studio in te richten, ééntje waar zowel zelfbeeld en make-up centraal staan.

Het is gestopt

Ik val vanaf mijn 23vele kilo’s  af. Het verlangen naar een leven zonder al het gedoe werd eindelijk bevredigd. Gewoon stilte, zonder opmerkingen. Blijkbaar valt mijn nieuwe lijf binnen de verzameling: “ GEEN COMMENTAAR “ en dat was een verademing . Ik slaag er nu 13 jaar in om quasi hetzelfde gewicht te behouden.

Maar, er is een gigantische, mentale schade aangericht. Want ok, happy happy, ik ben minder dik, maar ik heb er wel 20 jaar pestgedrag opzitten, dat vermagert helaas niet mee.

Op korte tijd zit Ik vrij snel in een totaal ander soort leven. Een leven waar ik plots voor iemand de aller- aller- allerbelangrijkste ben. Ik word voor de eerste keer mama en in datzelfde jaar dolverliefd. Het moederschap maakte mij duizend keer sterker. Niks of niemand kon mij nog raken. Dat versterkte alleen maar bij een tweede keer moeder worden. Intussen was ik moeder, plusmama, en vaste partner, binnenkort eindelijk zijn vrouw. Ook professioneel zat alles goed. Een leuk, groot bedrijf, met vele kansen, toffe mensen. Mijn pestverleden lag achter mij, dacht ik. Tot de crash op mijn werk, ik hierdoor in ziekteverlof ging en ik lange tijd thuis zat.  Plots werd het weer een deel van mijn verhaal. Ik had het niet verwerkt, had er destijds ook niks mee gedaan, er niet of weinig over gesproken, gewoon verdrongen. De echte erkenning, die naar mezelf, dateert van 1 jaar geleden.

Ik ben ooit keihard en zeer lang gepest geweest en ben beschadigd. Het is niet meer dan dat, maar zeker ook niet minder.

Voila, het is er uit ! online dan nog wel !

Selfie bitch

Ik gaf eerder aan dat ik social media soms als druk ervaar. Ik nuanceer het graag eventjes.

Want iedereen die me kent en tot mijn facebook vrienden behoort, weet dat ik niet vies ben van een goeie selfie. Hoe kunnen vrouwen met een laag zelfbeeld nu toch verzot zijn op selfies?  Verzot is dat niet echt, je snapt wel wat ik bedoel.

Voor mij heeft het in ieder geval gewerkt in de poging mezelf te aanvaarden. Echt waar, probeer het maar eens uit. Op momenten dat je jezelf niet lekker in je vel voelt, maak je op en neem een selfie. Maar er is één voorwaarde. Censureer. Jij bepaalt wat er in beeld komt en hoe.

Na het ervaren van jarenlange schaamte over wie ik ben en hoe ik eruit zie, is dat mijn manier om mijn stukje identiteit opnieuw op te eisen. De kijker kiest zelf om te kijken , ik dwing hem daar niet toe. En toch zal ik nooit selfies maken of posten waarop mijn ganse lichaam is te zien. Daarom hou ik niet van “taggen “. Ik bepaal wat ik laat zien van mezelf, hoe ik dat laat zien en wanneer ik dat laat zien. Tags worden verwijderd als het niet is wat ik wil tonen. Of dat een vorm van verstoppen en verdwijnen is? Neen ik vind van niet. Laat het mijn manier zijn om dat zo te doen. Ik heb nooit gezegd dat ik nu altijd even happy ben met mijn vormen, wel dat ik poog mezelf te aanvaarden zoals ik ben. Ik zie het als onherstelbare schade. Laat ons stellen dat een ontsnapping uit mijn gevangenis dateert van ongeveer 13 jaar geleden. Af en toe zijn er nog dagen dat ik een gigantische zaag kan spannen over mijn vormen en mijn figuur. Ik roep mijzelf dan weer een beetje tot de orde en relativeer of probeer het toch in ieder geval. Gelukkig is er mijn man, mijn vangnet. Die mij met humor overtuigt van het tegendeel. Zijn er mijn vrienden, die wel of niet de details kennen over mijn pestverleden. Maar bij wie ik wel mijn ei kan leggen als dat nodig is.

 

Lieve lezer, ik wil me in geen geval opdringen/profileren als ervaringsdeskundige of zelfhulpmiddel. Misschien inspireer ik jou of om door te bijten of hulp te vragen. Ik hoop dat anderen op één of andere manier de moed vinden om, ook al is dat “ nog maar eens “ zichzelf en dat schoon lijf te accepteren. Hoe dan ook, de schaamte wint altijd wanneer jij zwijgt, dus SPREEK.

 

Tot binnenkort, wie weet met een lijstje

Sarah

Wie op zoek is naar een plaats om open te mogen spreken. Klik hier.

 

Volg ons:
RSS
Follow by Email
Twitter

Tips & Tricks